Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieruit vinden wij nu onmiddellijk voor den horizontalen afstand D, door vermenigvuldiging met cos»:

D — Ah cos2 « -f- B cos «.

§ 93. Bepaling van de constanten. Ter bepaling van de constanten A en B kan men twee wegen inslaan; men kan de grootheden, waarvan zij afhankelijk' zijn, door directe meting aan het instrument vinden en daaruit dan dè constanten berekenen, of men kan ze bepalen, door met den afstandmeter eenige lijnen na te meten, die op eene andere wijze, bijv. met meetlatten, nauwkeurig gemeten zijh. Ter bepaling van B volgt men liefst den eersten, ter bepaling van A den tweeden weg.

Ter, bepaling van B meet men afzonderlijk F en G; de eerste grootheid, de Brandpuntsafstand van het objectief, kan gemakkelijk en nauwkeurig genoeg gevonden worden door het diaphragma in het binnenbrandpunt te brengen — door op een ver verwijderd voorwerp te richten - en den afstand van dat diaphragma tot het objectief te meten; de tweede grootheid de afstand van het objectief tot de as van het instrument' kan onmiddellijk gemeten worden; beide te zamen geven dan de .constante B met eene voor het doel gewenschte nauwkeurigheid.

Ter bepaling van A meet men met het instrument een afstand, die ook met behulp van twee meetlatten nauwkeurig bepaald is; uit de formule voor het afstandmeten volgt dan onmiddellijk:

1== D — B

h ' . 'Hij,;

waarin D, B en h bekend zijn en waaruit men dus A kan vinden. Meestal zal men die proef 'herhalen voor eenige afstanden, die tusschen de kleinste en de grootste lengten inhggen, welke gewoonlijk met den afstandmeter gemeten worden, en het gemiddelde nemen van de aldus verkregen waarden van A. Neemt men hierbij ook een kleinen afstand, 2 a 4 meter, en leest men daarbij de waarde van h in tienden van millimeters af op een verticaal opgestelden dubbelen decimeter, dan heeft men daardoor een geschikte controle op de directe meting van de constante B.

Daar het met het oog op de berekening wenschelijk is dat A juist een rond getal, bijv. 100, is, zijn bij sommige instrumenten de uiterste draden -op afzonderlijke plaatjes c, flg 112

Sluiten