Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of:

maken, waardoor, dus de constante B uit de formule voor het afstandsmeten vervalt.

§ 96. Wat de grootheid A betreft, daarvoor vinden wij uit de gelijkvormigheid van de driehoeken PGH en PEL:

PE PB F(e — f) 1 BIG ~ KL ~ F + f—e ' KL

Uit de gelijkvormigheid der driehoeken QKL en QST volgt verder: j

1 QB f 1

- v 1 KL ~ QB.ST e — f'd' en dus:

, _ F(e-f) f _1_ _ Ff. J_

F+f+e' e — f ' d F + f—e ' d'

Om nu aan A eene waarde te geven, die door een rond getal voorgesteld wordt, moet men den afstand d der draden gelijk nemen aan:

Ff 1 F + f—e ' A '

waarin A dat ronde getal voorstelt.

Het is echter moeilijk de draden op zoodanigèn afstand aan te brengen, dat men voor:

F+f— e d

het gewenschte getal juist vindt; aangezien echter de constante A ook afhankelijk is van den afstand e der twee lenzen, zoo kan men, als A slechts ten naastenbij de juiste waarde heeft, door eene kleine wijziging in den afstand der twee lenzen aan A de gevorderde waarde geven. Hiertoe is, fig. 104, de centraliseerende lens B in eene afzonderlijke buis gevat, wélke met behulp van 2 schroefjes ss, welker stelen door langwerpige openingen in de kijkerbuis gaan, aan deze laatste buis is bevestigd.

Sluiten