Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel is waar zal door het veranderen van e de waarde van B niet nul blijven, maar eene kleine waarde verkrijgen, die echter gerust verwaarloosd kan worden. Voor-de waarde van B heeft men tóch:

B = OP=ü- F«>-fl = F+f-e

F+f^e, ^ F + f—e

of daar:

F _ Ad F+f-e- f •

B=C+F— y-Ad.

Is die waarde werkelijk nul, dan bestaat dus de betrekking

C+F= —— Ad. Wordt nu de waarde van A verminderd

met a, door den afstand e te wijzigen , da» gaat de uitdrukking voor B over in:

B=C+F— -~{A-a)d,

of, als men bovenstaande betrekking in aanmerking neemt, in

B = ~-ad^{C+F)-~.

Heeft men dus bij het opspannen der draden er voor gezorgd, dat de constante A tot op bijv. 2% na de gevorderde waarde heeft, en is bijv. C+F=bO centimeter, dan wordt, door het verplaatsen der centraliseerende lens, OP hoogstens 2

= 50 X = 1 centimeter, eene grootheid, die bij het meten

met den afstandmeter kan verwaarloosd worden.

Om den afstand der lenzen te regelen, zoodanig dat A de juiste waarde heeft, plaatst men de baak op een afstand van juist 100 meter voor het instrument en ziet of men daarop tusschen de draden den juisten afstand afleest (bijv. voor A = 100, één meter of voor ^4== 200 y een hal ven meter). Leest men te veel af, dan schroeft men de beide schroefjes ss, welke de buis met den centraliseur vasthouden, los, en brengt men door tegen

Sluiten