Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten opzichte van het aldus verkregen geraamte, dat het ne\ genoemd wordt, worden dan de kleinere details door eene afzonderlijke detailmeting opgemeten en geteekend! Gaat men op deze wijze te werk, dan verkrijgt men eene gelijkmatige nauwkeurigheid in alle deelen van de opneming, doordat de fouten, die bij elke meting begaan worden, zich niet nadeelig ophoopen in eenig gedeelte der opmeting. Door eerst het net, dat slechts uit weinige lijnen en punten bestaat, zoo nauwkeurig mogelijk op te nemen, verkrijgt men een stelsel vaste punten, waaraan dë detailpunten zooveel mogelijk elk afzonderlijk worden vastgelegd ; zoodat de fouten, bij de bepaling van het eene detailpunt gemaakt, zonder invloed zijn op de bepaling van de andere.

§ 99. De verschillende methoden van opmeting. De opmeting zoowel van het net als van de details, door middel van afstanden en hoeken, heeft plaats volgens verschillende methoden, waarvan wij de voornaamste hier in het kort zullen uiteenzetten. *

1°. De coördinaten-methode. Laten in fig. 115, A, B, G, enz., eenige van de op te nemen punten voorstellen, dan kan men de plaats van die punten ten opzichte van de lijn OP op het terrein bepalen, door uit die punten de loodlijnen Aa, Bb, Cc, enz., op *de meetlijn OP neer te laten en de afstanden Oa, Ob, Oc, enz., benevens de loodlijnen aA, bB, cC, enz., te meten, waardoor dan de coördinaten van die punten ten opzichte van een rechthoekig coördinatenstelsel bepaald zijn.

2°. De voerstraal-melhode. Volgens deze methode worden de punten A, B, G, enz., fig. 116, alle met een centraalpunt O verbonden, door het meten van de voerstralen OA, OB, OG, enz., en van de hoeken POA, POB, POC, enz., die zij met eene bepaalde richting OP maken.

8°. De basis-methode. De punten A, B, O, enz., fig. 117, worden hierbij aan de basis PQ, waarvan de lengte zoo nauwkeurig mogelijk bepaald wordt, vastgelegd door het meten van de hoeken APQ, BPQ, GPQ, enz., en van de hoeken AQP, BQP, GQP, enz., die de lijnèn, uitgaande van P en Q, met de basis maken.

4°, De driehoeks-methode. De volgens deze methode op té nemen punten A,B, G, enz., fig. 118, worden door de verbindingslijnen AB, BG, AG, enz. tot een stelsel van driehoeken, vereenigd. gen van de verbindingslijnen, bijv. AB, wordt gemeten, en dient dan als basis voor het

Sluiten