Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, als waarop het is opgenomen, d.w.z. de gemeten afstanden en hoeken direct met den dubbelen decimeter en een graadboog op het papier overbrengen, of men kan eerst door berekening de coördinaten van alle punten ten opzichte van een rechthoekig assenstelsel bepalen en de punten dan met behulp van die coördinaten in teekening brengen.

De eerste methode vereischt weinig of geen bèrekening, zij geeft daarentegen, voor het geval dat een volgend punt telkens ten opzichte van een vorig punt moet worden in teekening gebracht, door de geringe nauwkeurigheid, die bij dat teekenen bereikt kan worden, aanleiding tot eene nadeelige ophooping van fouten. Bij de tweede methode is deze ophooping niet te vreezen, aangezien men de berekening zoo nauwkeurig kan maken als men verkiest en de fouten van teekening zich niet voortplanten, doordat elk punt afzonderlijk wordt in teekening gebracht; zij geeft daarentegen meer werk, wat de berekening betreft.

Voor het in teekening brengen van het net, dat slechts uit een gering aantal, zoo nauwkeurig mogelijk opgenomen, punten bestaat, zal men dus de laatste methode volgen. Het geringe aantal punten maakt het berekenen van de coördinaten niet zoo bezwarend, terwijl de ophooping van de fouten in het teekenen volgens de eerste methode de bij het opmeten verkregen nauwkeurigheid zou te niet doen. Bij het in teekening brengen van de details zal men echter den eersten weg volgen, aangezien het groote aantal dier punten de berekening van de coördinaten onmogelijk zou maken, en de ophooping van fduten hier niet zoo zeer te vreezen is, doordat de verschillende details direct aan het net worden verbonden.

§ 102. Heb verkennen van het terrein en het vaststellen van het net. Alvorens men met de opneming van eenig terrein begint, moet men zich van de gesteldheid daarvan goed op de hoogte stellen, door het in alle richtingen te verkennen, om daardoor te weten te komen, wat opgenomen moet worden en hoe die opneming het gemakkelijkst zal uitgevoerd worden. Bestaan er reeds kaarten van het op te nemen terrein, dan kan men daarvan, hoe onvolledig 'zij soms ook mochten zijn, bij die verkenning een goed gebruik maken. Op die kaarten, zoo noodig op het oog eenigszins bijgewerkt, kan men dan het net voor de opmeting ontwerpen. Heeft men dergelijke kaarten niet tot zijne beschikking, dan moet men beginnen met eene schets van het terrein te vervaardigen, door de voornaamste

Sluiten