Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COÖRDINATENBEREKENING.

§ 105. Keuze van liet assenstelsel. Het coördinatenstelsel, dat bij het landmeten gebruikt wordt om de hoekpunten van het net. in teekening te brengen, is het rechthoekige coördinatenstelsel.

De ligging van dit coördinatenstelsel is ten opzichte van het net volkomen bepaald, als men de coördinaten van één punt van dat net kent en tevens den hoek, dien een der lijnen van het net met een der assen maakt. Bij de keuze van deze drie grootheden of — wat op hetzelfde neerkomt — van den oorsprong en de richting der assen, heeft men te onderscheiden, of de meting geheel op zich zelve staat dan wel of zij aansluit aan andere bestaande metingen.

Staat de meting geheel op zich zelve, dan is men geheel vrij in de keuze van de assen. Als oorsprong der coördinaten zal men dan meestal een punt van het driehoeksnet kiezen en wel een punt, dat op het terrein altijd gemakkelijk kan worden teruggevonden, bijv. een kerktoren of een ander verheven punt, dat als hoekpunt geschikt is. De richting van één der assen kan men dan geheel willekeurig kiezen en bijv. laten samenvallen met eene in dat hoekpunt uitkomende zijde van het net. Veelal neemt men echter voor die richting den meridiaan in den oorsprong aan. Hiertoe moet men dan van een der lijnen van het net het azimuth bepalen; de wijze, waarop zulks geschiedt, zal aan het einde van dit Hoofdstuk worden uiteengezet.

Staat de meting in verband met andere metingen, dan zal men meestal het daarbij gebezigde coördinatenstelsel overnemen. De coördinaten van één der hoekpunten, alsmede de hoek tusschen een der lijnen van het net 'en een der assen, moeten dan

Sluiten