Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van b, zoo zou men omgekeerd voor a gevonden hebben M a,

en evenzoo, wanneer men van c was uitgegaan, a, enz. Is

n dus het aantal gemeten bases, zoo kan men voor de basis a, waarvan men bij de berekening uitgaat, nemen het gemiddelde

—11 + 77 + 4 + enz.). Stelt men: b = (1 -f (3) b', c == (1 -f y) c', n\ b c )

enz., zoo zullen dus de uit de basis a berekende lengten der

(Q —1— y —|— enz.X 1 -f- —!— I moeten vermenig¬

vuldigd worden, of wat op hetzelfde neerkomt de logarithmen

(Q -4— y -4— enz \ 1 -{-. ———' 'J moeten worden vermeerderd. Daar

/3 + y + enz. ,. , ,, P + V -f enz-\ .

—■ ! eene kleme grootheid is, is log\ 1 H ' I =

n \ n I

— M — — - — eDZ' te stellen, als M de modulus van het Brign

giaansche logarithmenstelsel is. Gaat men verder na, dat b c

—=14-8,— = 1 -j-y, enz., dus ook log b — log b' = log(1 + (3) = b c

= MP, log c — log c' = My, enz., dan geven MP, My enz. de verschillen aan van de logarithmen van de gemeten waarden van de bases verminderd met de logarithmen van de met behulp

0 4-y 4- enz. , 1

van a berekende waarden, terwijl dus ook M de

n

gemiddelde waarden van deze verschillen is.

In verband hiermee kan dus de vereffening, der lengtemetingen als volgt worden uitgevoerd. Uitgaande van de gemeten waarde van a berekent men,, nadat de vereffening der hoekmetingen heeft plaats gehad, de logarithmen van alle zijden van het driehoeksnet, berekent nu de verschillen tusschen de logarithmen der gemeten en de logarithmen der berekende waarden van de gemeten bases b, cL enz., neemt het gemiddelde van deze verschillen en telt dit gemiddelde' op bij de logarithmen van alle zijden van het driehoeksnet,

Dikwijls wordt ook slechts de gemeten lengte van ééne basis, die dan zooveel mogelijk in. het midden van het net is gelegen, bij de berekening aangehouden; de overige bases dienen dan slechts tot contröle.

§ 126. Bestaat het net uit eene aaneenschakeling van drie-

Sluiten