Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naten uit een der veelhoeken, dan wijst dit op eene fout in de berekening van dien veelhoek*

§ 129. Opneming van het driehoeksnet met behulp van het planchet. De opneming van het net met behulp van het planchet is niet toe te passen, tenzij het terrein eene zoo geringe uitgebreidheid heeft, dat het in zijn geheel met alle details op één planchet kan opgenomen worden. Bij- een grooter terrein zou men eerst het net op kleine schaal "^een planchet moeten opnemen, en het dan moeten vergrootèn om er details in te brengen, waardoor natuurlijk de fouten in de opneming met het planchet ook vergroot worden.

In een dergelijk geval moet men het net met de meer nauwkeurige instrumenten: theódoliet of sextant, opnemen en het planchet alleen voor de details bezigen.

De opneming met het planchet, die wij hier zullen behandelen, heeft dus alleen betrekking op een klein driehoeksnet.

Bij die opneming moet men beginnen met de basis AB te meten en op verkleinde schaal op het planchet te teekenen; zij deze daar aangeduid door ab. Men stelt het planchet dan op in A, fig. 129, dus met a boven A en ab gericht op B, en richt nu achtereenvolgens op G, D, B en F en trekt langs de liniaal de overeenkomstige lijnen. Het planchet in B opsteUende en oriënteerende op A, kan men, door op G en F te richten, uit de snijding van de langs de liniaal te trekken lijnen met de vroeger uit a getrokkene, de punten c en f vinden, die de punten C en F van het terrein voorstellen. Gaat men nu naar C, stelt daar het planchet op en oriënteert het op A, dan kan men, vóór men nieuwe punten bepaalt, op de meting contröle uitoefenen, door op B en F.te richten en te zien of de zijkant van de liniaal respectievelijk door de punten b en f gaat. Op deze wijze voortgaande, verkrijgt men telkens door de snijding van twee lijnen de nieuwe punten op het planchet en kan men voortdurend op de meting contröle uitoefenen, door op al de zichtbare en reeds opgenomen punten te richten en na te gaan, of telkens de zijkant van de liniaal door het overeenkomstige punt van het planchet gaat.

Ten slotte kan men dan op de geheele opneming nog eene contröle uitoefenen, door een of meer contröle-bases te meten en deze met de op de teekening te meten lengten te vergelijken.

Sluiten