Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SECUNDAIRE DRIEHOEKSMETING.

ยง 138. Hoofddriehoeksnet. "Voor de opmeting van een terrein van groote uitgebreidheid, zooals een geheel rijk of eene geheele provincie, is het niet doelmatig daarover een driehoeksnet uit te spreiden op de wijze als' hiervoren is beschreven, met zoodanige zijden, dat ten opzichte daarvan de details onmiddellijk kunnen opgenomen worden. Door het zeer groote aantal kleine driehoekjes, die daartoe aan elkaar gevoegd moeten worden, zouden de fouten in de verschillende metingen zich zoodanig ophoopen, dat men tot zeer onnauwkeurige uitkomsten zou geraken.

Het algemeene beginsel van altijd van het groote in het kleine te meten moet hier verder worden uitgebreid.

Men begint eerst met over het geheele terrein een driehoeksnet uit te spreiden van' een zoo klein mogelijk aantal groote driehoeken, die zoo nauwkeurig mogelijk worden opgemeten en berekend. Aan'dit driehoeksnet van de eerste orde wordt dan een driehoeksnet van de tweede orde verbonden, waardoor dus een nieuwe reeks punten vastgesteld wordt. Op deze wijze verkrijgt men eene menigte punten, zoo gelijk mogelijk over het terrein verdeeld, die daarop als het ware een uitgebreid net vormen, om daaraan de punten en lijnen te kunnen,verbinden, ten opzichte waarvan men de details zal opmeten.

Voor de hoekpunten van het net van de eerste orde neemt men punten, die op eene duurzame wijze bevestigd worden, om ze na een lang tijdsverloop nog nauwkeurig te kunnen terugvinden. In een vlak.terrein, zooals in Nederland, is men. genoodzaakt daarvoor hooge kerktorens te nemen, om de driehoekszijden zoo groot mogelijk te kunnen maken; jn meer

Sluiten