Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moét mén bij het ontwerpen van het net bedacht zijn op de wijze, waarop de details zullen worden opgenomen, om daarnaar het net té kunnen inrichten. v Zoo zal' men bij het opnemen volgens de coördinaten-methode, waarbij de lijnen van het net als assen, of zooals men ze noemt als meetlijnen, dienen, die lijnen zoo dicht mogelijk langs de op te meten details zoeken te brengen en ze zoodanig kiezen, dat langs die lijnen gemakkelijk kan gemeten worden. Bij de opmeting volgens de voerstraalmethode zal men daarentegen moeten zorgen, dat de hoekpunten van het net, van waaruit men de details zal opmeten, zoodanig gelegen zijn, dat de op te meten details van daar goed kunnen gezien worden. Bij dje opmeting volgens de basismethode eindelijk, waarbij de lijnen van het net telkens als bases voor de opneming dienen, zal men die lijnen zoodanig moeten kiezen, dat de op te meten details gunstig ten opzichte daarvan gelegen zijn en uit beide uiteinden kunnen gezien worden.

§ 149. Detailmeting met meetband, meetketting of meetlatten en équerre. De wijze van opnemen volgens de coördinaten-methode zal het best uit een voorbeeld zijn na te gaan; kiezen wij daartoe het in fig. 148 voorgestelde terrein. De punten A, B, C en D stellen vier van de hoekpunten van het net voor, de verbindingslijnen daarvan dienen als meetlijnen ter opmeting van de op het terrein voorkomende wegen, grensscheidingen, gebouwen, enz.

Begint men te meten van A naar B, dan wordt de meetband met zijn beginpunt in A in de richting AB gestrekt. Hierop kan men dan al onmiddellijk aflezen de afstanden tot het punt A van de snijpunten van de lijn AB met de zijkanten der wegen en met de grensscheidingen. Van punten buiten de meetlijn AB gelegen, zooals de punten a, b, c en d, laat men loodlijnen op de meetlijn neer, leest op den band de afstanden van de voetpunten der loodlijn tot het punt 'j. af, en meet met behulp van vljfmeterlatten de loodlijnen zelf. Wil men van eene kromlijnige grensscheiding, zooals bijv. den zijkant van den weg tusschen a en q, onderscheidene punten opnemen, dan richt men uit enkele punten, zooals bijv. e en f, loodlijnen op, waardoor men de punten h, k, enz. vindt. Nadat de punten, welker abscissen kleiner zijn dan 20 meter, aldus zijn opgemeten , wordt de band 20 meter in de richting AB doorgetrokken en geschiedt op overeenkomstige wijze de opmeting van die punten, welker abscissen tusschen 20 en 40 meter vallen, enz.

Van al het opgenomene moet nauwkeurig aanteekèning ge-

Sluiten