Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punt B vindt men den hoek r dien de lijn .41 met de lijn AB maakt. Zijn verder o en b de aflezingen aan den onder- en -den bovendraad en is « de op den tweeden cirkelrand afgelezen elevatiehoek der vizierlijn, zoo is de horizontale afstand van A tot 1, volgens § 92:

D = Ah cos2 « -\-Bcos «,

waarin A en B de constanten van den afstandmeter en h = o — b het verschil van de aflezingen aan de beide uiterste draden voorstellen.

Wil men ook de hoogteligging der detailpunten ten opzichte van de standplaats van het instrument kennen, zoo zou men strikt genomen volgens § 94 ook de hoogte H moeten aflezen, waarop zich de middendraad op de baak projecteert. Voor de hoogte van het detailpunt boven het middelpunt van het instrument vindt men dan:

i Ah sin 2a -\-Bsina — H.

Hoezeer het voor de controle ook gewenscht ia om de hoogte H af te lezen, kan men meestal volstaan door voor deze hoogte het gemiddelde J (o -f- o) te nemen van de .aflezingen aan de beide andere draden, daar het bij de bepaling .van de hoogteligging der detailpunten niet op een enkelen centimeter aankomt.

Om regelmatig en vlug volgens deze methode te meten, is het gewenscht, hiervoor vier personen te gebruiken. De eerste persoon maakt tijdens of vóór de meting van het op te nemen terrein eene schets, waarop alle op te nemen punten aangewezen en in de volgorde, waarin de waarnemingen .plaats hebben, genummerd worden. Naar de aanwijzingen van dezen -persoon plaatst de tweede, de baakhouder, zijn baak in de op te nemen detailpunten. De derde persoon doet de waarnemingen,aan het instrument: hij richt den kijker, zoo mogelijk bij,.©ngeveer horizontale vizierlijn, op de baak en leest den stand der uiterste draden af; hij geeft vervolgens den baakhouder een teeken, dat bij zich naar een volgend detailpunt kan begeven en .leest intusschen den stand van eewder noniussen op eiken cirkelrand af. Al deze waarnemingen worden door den vierden persoon in een vooraf klaargemaakt en bijzonder daarvoor ingericht zakboek met dezelfde volgnummers, die op de schets voorkomen, aangeteekend. Om zeker te zijn, dat deze nummers met dié in de schets overeenkomen, is het gewenscht, dat, de. eerste aan den vierden persoon, om de 5 of 10 detailpunten een teeken

13

Sluiten