Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

assenstelsel op de kaart meten en daaruit den inhoud berekenen. Bij perceelen door een groot aantal kleine zijden begrensd, zal men eveneens eerst een veelhoek daarin aanbrengen met een zoo gering mogelijk aantal groote zijden, en de berekening daarvan, evenals van de afgesneden stukken, op de beschreven wijze uitvoeren, waarbij nu natuurlijk alle maten uit de teekening genomen worden.

Bij kromlijnige begrenzingen kan men 'de berekening hier aanmerkelijk bekorten, door de ordinaten op onderling gelijke afstanden te nemen, waardoor die afstand overal als factor voor- • komt en men dus de ordinaten maar heeft samen te tellen (van de twee uiterste moet men-natuurlijk slechts de helft in rekening brengen), en de som met den constanten afstand heeft te vermenigvuldigen.'

De bepaling van den inhoud uit de kaart kan eindelijk ook nog geschieden door den veelhoek eerst in een driehoek van gelijken inhoud te vervormen en den inhoud hiervan te berekenen uit de gemeten basis en hoogte.

De bepaling van de inhouden uit de kaart is altijd onnauwkeuriger dan de berekening uit de onmiddellijke gegevens deimeting. Vooral bij zeer lange maar smalle perceelen, die veelvuldig voorkomen, zal de berekening uit de kaart niet zeer nauwkeurig zijn, doordat eene fout in de meting van de breedte van veel invloed is op den inhoud.

Bij de opneming met het planchet, waarbij geen andere be- . rekening dan die uit de kaart mogelijk is "neemt men in die gevallen de voorzorg, om minstens de breedten van dergelijke perceelen door directei meting op het terrein te bepalen, om daardoor de nauwkeurigheid van de inhoudsbepaling te verhoogen.

§ 161. Poolplanimeter. Ter bepaling van de inhouden van perceelen op de kaart heeft men instrumenten, die onmiddellijk den inhoud geven, zoo men slechts met eene stift den omtrek van de figuur volgt.

Van deze instrumenten, die den naan van planimeter dragen, zal hiér slechts het eenvoudigste en meest gebruikte, namelijk de» poolplanimeter, behandeld Worden.

, De poolplanimeter, in fig. 160a" voorgesteld, bestaat uit een staaf AD, die aan het eene uiteinde A van eene stift voorzien is,'waarmede men den omtrek van de te meten figuur volgt, terwijl het rolletje C, dat zich aan het andere uiteinde bevindt en om de as EE kan draaien, over hen papier heenglijdt. Die staaf is verder in het punt B door eene as verbonden aan de

Sluiten