Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET UITZETTEN VAN RECHTE LIJNEN EN CIRKELBOGEN.

§ 166. Het uitzetten van rechte lijnen. Door het uitzetten van-eene rechte lijn verstaat men het bepalen en aangeven van een voldoend aantal punten der lijn, die door twee terreinpunten, welke in den regel de eindpunten der lijn zijn, gegeven is. Het aangeven der punten op het terrein geschiedt met behulp van jalons, baken of piketten - op de wijze als in § 108 voor de hoekpunten van een driehoeksnet is uiteengezet. Het bepalen van de plaats der punten geschiedt voor korte lijnen op het oog, door langs de zijkanten der beide baken te richten, die in de twee gegeven punten der lijn geplaatst zijn, öf — zoo men nauwkeuriger wil werken — met behuip van de équerre-op de in § 79 aangegeven wijze; voor lange lijnen echter en daar, waar groote nauwkeurigheid verlangd wordt, met behulp van een theodoliet.

Daartoe kan men den theodoliet in het eene eindpunt A der OTt te zetten lijn AB, flg. 163', opstellen, richten op^het andere eindpunt B, en vervolgens in verschillende tusschenpunten F, B, D, C, te beginnen met het meest verwijderde, jalons of baken in het verticale viziervlak laten plaatsen.

Bij eene eenigszins lange lijn is het echter doeltreffender om eerst op de beschreven wijze het naastbijgelegen punt C uit te zetten, vervolgens de lijn AG te verlengen tot D, door in G met behulp van den theodoliet een hoek van 180° uit te zetten daarna wederom de lijn CD op gelijke wijze te verlengen, door in D een hoek van 180° uit te zetten, enz. Dit uitzetten van hoeken van 180° geschiedt dan steeds door de alhidade 180° om de eerste as te draaien en niet door den kijker door te

Sluiten