Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hoek ATCX zal derhalve 180° — 5 zijn en de hoeken van den veelhoek 180° — 22.

Om dus den veelhoek uit te zetten, plaatst men in 2' een theodoliet, zet met behulp daarvan den hoek ATGX = 180° — S uit en bepaalt in de nieuwe richting een afstand TGX = (L. Daarna wordt de theodoliet naar het aldus gevonden purtt Gx verplaatst, waar een hoek 2'C1C2 = 180° — 25 en vervolgens in de nieuwe richting een afstand OjC^ = d worden uitgezet, enz. Met het oog op de gevorderde nauwkeurige centreeringen van den theodoliet neemt men de punten G liefst zoover mogelijk uit elkaar.

Zijn de aldus verkregen punten C van den boog te ver uit elkaar gelegen, om den boog met voldoende juistheid aan te geven, dan kan men tusschen iedere twee opvolgende punten, bijv. tusschen G2 en G3, flg. 169, nog een punt Gs' bepalen, door de koorden G2G3 in P middendoor te deelen, en in P eene loodlijn PC3' op te richten ter lengte van den pijl p, die gevonden wordt uit:

p=pc3' = oca'—op =11 — 1/ 'm—m2^

_B-B\1--~J _ — + _ + _ +