Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ Om de grootte van den afstand AnG te vinden, zij opgemerkt, dat de lijn 'GB„, aangezien GB2n = GT is, den hoek TCB2n middendoor zal deelen, en het punt G dus op den straal van het punt Bn gelegen zal zijn. Uit de gelijkvormigheid van de driehoeken C„BA„ en COb„ volgt dan:

A„C: A„Bn== B,,bn:b,,0,

A„C: Tnj= XU:(R— Y„),

of:

'I ^-érh -

Substitueert men hierin de waarden van Xn en F„ volgens (9), dan is: -v?* 'f'

. R sin n(3 X B. 2 sin2 ± nS

■ A„G = D/1 \ . „ , ^ = 2R tg nB. sm2 1 nB,

R (1 — 2 stn2 1 w/j)

hetgeen ook blijkt uit A A„B„C, waar:

^4„0= 1„B„. /flr ^„BnO= F„ <flr M/3 == 2R tg nB . sin2 t n$. 6°. Verlengde koorde.

Evenals bij de methode onder 3° worden de afstanden TBlt B1B2,B2B3, enz., flg. 172, der uit te zetten punten juist gelijk genomen aan de lengte c van den band.^ Het eerste punt Bx wordt nu van af de hoofdrichting TA uitgezet met behulp van zijne coördinaten TAX en A^Bx, welke blijkens de figuur gevonden worden uit:

en:

TA, = V TW^AÏR? = c. Y1 - ~

Na de bepaling van Bx wordt nu de band in de richting BXC2 van het verlengde der koorde TBX doorgetrokken en het uiteinde C2 over een afstand :

C2B2 = 2C2A2 = 2A jiJj =

Sluiten