Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt echter de derde methode wel gebezigd, omdat zij aan den boog in ieder gevalleen vloeiend beloop verzekert.

In bedekte terreinen en vooral in tunnels, waar men uit den aard der zaak slechts over eene beperkte ruimte ter zijde van den boog kan beschikken, zijn de methoden onder 1°—8° niet toe te passen en maakt men gebruik van een der onder 4°—6° genoemde. . '

Wat nauwkeurigheid aangaat, zal dan de vierde methode de voorkeur verdienen, mits men de afstanden der punten groot genoeg kan nemen, en voor nauwkeurige centreering van den theodoliet bij het uitzetten der hoeken zorg drage. Zh' vordert alzoo eenig uitzicht aan de holle zijde van den boog.

Waar de vierde methode onvoldoende is, kan de vijfde in aanmerking komen, waarbij geen hoekmeetinstrument gevorderd wordt en eenige ruimte aan de bolle zijde des boogs moet aanwezig zijn; hierbij worden ten opzichte der,verschillende raaklijnen de detailpunten weder onafhankelijk van elkander uitgezet.

Wat ten slotte de zesde methode betreft, deze is van alle methoden zeker die, volgens welke men het snelst kan werken, daar het doortrekken van den band en het daarop verplaatsen van het vooreinde over een1 constant bedrag nagenoeg geen moeite oplevert en bijna even vlug kan geschieden als > het gewone meten met den band. Het uitzetten moet echier tot korte bogen beperkt blijven, daar hier eene snelle opeenhooping van fouten te vreezen is. Waar het op geene groote nauwkeurigheid aankomt, kan deze methode echter met vrucht worden toegepast.

Sluiten