Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.zijn, dat een vrij krachtige schok voor den geregelden gang van het instrument vereischt wordt; zoodat bij een eenigszins langzamen en voorzichtigen pas het raderwerk niet in werking komt. Ook geeft het instrument een pas aan bij eiken schok, dien het ondervindt, ook al wordt geen pas_voorwaarts gedaan, bijv. bij het overspringen of overklimmen 'van eene hindernis.

Groote afstanden kan men, in plaats van door het aantal en de lengte der passen, ook door de marschsnelheid meten, welke hij eenigszins langen duur gemiddeld op ongeveer 5 K.M. per uur kan worden gesteld. Het spreekt vanzelf, dat ook deze voor ieder persoon onder zooveel mogelijk verschillende omstandigheden proefondervindelijk bepaald moet zijn opl de wijze, zooals hierboven Is uiteengezet..

Ook te paard kan men van dezelfde methode gebruik maken, wanneer de ruiter heeft nagegaan, hoe groot de afstand is, dien het paard in een bepaalden tijd in stap, draf of galop aflegt.

Langs min of meer gebaande wegen kan men voor het meten van eenigszms aanzienlijke afstanden ook gebruik maken van het rijwiel, wanneer de lengte, die bij ééne omwenteling der trapas wordt afgelegd, bekend is en het aantal omwentelingen geteld wordt. Is aan. het rijwiel een cyclometer aangebracht, zoo kan de doorloopen afstand onmiddellijk in kilometers worden bepaald. I

§ 173. Het meten van richtingen en hoeken. In den

regel worden bij eene globale opmeting geen hoeken, maar richtingen of azimuthen gemeten, omdat de hierin gemaakte fouten zich minder ongunstig ophoopen dan die, welke in de hoeken aanwezig zijn (zie § 131). Bij voorkeur maakt men daarom gebruik van de boussole, die volkomen dezelfde inrichting kan hebben als de in § 73 beschreven statiefboussole. Wegens de geringere eischen, die hier gorden gesteld, heeft de boussole echter meestal veel kleinere afmetingen, en vervalt het kogelscharnier voor de horizontaalstelling, terwijl het statief vervangen wordt door een eenvoudigen stok met ijzeren punt, die bij het gebruik verticaal in den grond wordt gestoken en waarop dan op de eene of andere manier de boussole wordt geplaatst. Na het gebruik kan de boussole in den zak worden gestoken en de stok als wandelstok' dienst doen.

Dikwijls wordt ook gebruik gemaakt van boussoles, welke geen vaste opstelling noodig hebben (zak- of oriënteerboussoles). Een van de meest bekende inrichtingen van dien aard is de - zoogenaamde SMALKALDER-patentboussole, afgebeeld in flg. 173'bc.

Sluiten