Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestrekten arm horizontaal voor het oog te houden en te zien, welke lengte op den dubbelen decimeter overeenkomt met de beide punten, waartusschen men den hoek wil meten; deze lengte, gedeeld door den afstand van het oog tot den decimeter en vermenigvuldigd met 57, geeft ongeveer den hoek in graden. Voor een persoon van miudelbare lengte komt het aantal centimeters vrijwel met het aantal graden overeen. Grootere hoeken kan men zoodoende in twee of meer gedeelten meten. In ieder geval behooren deze ruwe schattingen echter steeds beperkt te blijven tot minder belangrijke, op' zich zelf staande terreinvoorwerpen.

§ 174. Wijze van opmeten en in teekening brengen. De

globale opmeting van een terrein geschiedt volgens dezelfde beginselen als de hiervoren behandelde nauwkeurige opmeting. Doordien het terrein echter geheel en al onbekend is, kan er van een eigenlijk net voor de opmeting, dat op het terrein is of kan worden uitgezet, geen sprake zijn. Veeleer zal men dit net tijdens de meting moeten vormen door lijnen, die op het terrein aanwezig zijn (bijv. de assen of zijkanten van wegen, kanalen, slooten, enz.), of die daarop gemakkelijk, bijv: door verbinding van duidelijk zichtbare punten, kunnen worden vastgelegd. Deze lijnen zullen dan in den regel gesloten veelhoeken vormen, waarvan men de lengten der zijden door afpassing en de richtingen hiervan met de boussole opmeet. (*) Tegelijk met de meting, wordt van deze veelhoeken eene schets op schaal gemaakt, zoodat men direct contróle op de meting kan .uit-, oefenen en zich .op het terrein zelf kan overtuigen, dat geen groote fouten zijn ingeslopen. Met het oog op deze contróle is het gewenscht, deze veelhoeken niet al te groot, bijv. hoogstens een vierkanten kilometer, te nemen.

Aan deze. veelhoeken worden de details door middel van de coördinaten-', de voerstraal-, de basis- en dikwijls ook van de veelhoeksmethode vastgelegd, daarbij de afstanden, de hoeken of de richtingen, die daarvoor benoodigd zijn, metende of schattende, al naarmate de gewenschte nauwkeurigheid zulks vordert.

Fig*. 177 geeft een voorbeeld, waaruit nader blijkt, hoe de opmeting geschiedt en op welke wijze de uitkomsten kunnen

(*) BU het verkennen van lange smalle terreinstrooken, die slechts vluchtig kunnen worden doorloopen, zooals bijv. bij expedities het geval is, komen ook open veelhoeken voor, waarvan de zijdon dan meestal uit do marschsnolheid en de azimuthen met de boussole of het kompas gemeten worden, terwijl de afgolegen details door meting van richtingen of wel op het oog worden bepaald, •

Sluiten