Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens de aanteekeningen "het terrein kan in kaart brengen. Daartoe wordt gaandeweg van het terrein eene schets op schaal gemaakt; het gemakkelijkst geschiedt dit door het papier te spannen op een scheisplanchet, fig. 175, zijnde een rechthoekig plankje van ongeveer. 'iO X 30 centimeter, hetwelk met een koord, dat aan twee diagonaal tegenover elkaar gelegen hoeken van het planchet bevestigd is, om den hals wordt gehangen; men heeft dan voor het meten en het opteekenen beide handen vrij, terwijl het planchet gemakkelijk naar alle richtingen gedraaid kan worden. Doelmatig is het nog aan de onderzijde "van het plankje eene portefeuille aan te brengen tot opberging^ van papier en afgewerkte schetsen. Het papier neemt men bij voorkeur gelinieerd en gebruikt dan de daarop voorkomende evenwijdige lijnen om de richting van den magnetischen meridiaan aan te geven.

De gemeten azimüthen der lijnen worden met behulp van een graadboog uitgezet, door dezen bijv. - met zijn middelpunt in het waarnemingspunt en met zijn rechten kant op het oog evenwijdig aan de linieering te plaatsen, fig. 176, en vervolgens den waargenomen hoek af te zetten. Op de aldus geteekende lijn wordt door een pijltje^ aangeduid dè richting, waarin men gemeten heeft, terwijl links daarvan de grootte van het azimuth in graden wordt bijgeschreven; zoo stelt bijv. het cijfer: 7°, geschreven naast den pijl, aangevende de richting AB, het azimuth in graden voor, dat men bij het richten van uit A op .B heeft afgelezen. De cijfers, die betrekking hebben op coördinaten en steeds een geheel aantal passen aangeven, worden geschreven loodrecht op de richting, Waarin zij gemeten zijn en links of rechts van de meetlijn, al naar gelang de plaats-, ruimte op de schets zulks toelaat; zij stellen weer steeds de afstanden voor op de meetlijn tot aan het beginpunt dier.meet_ lijn en op de andere coördinatenlijnen de afstanden tot aan de meetlijn. Cijfers, die geen betrekking. hebben op coördinaten, zooals: de pijlen van kromlijnige perceelscheidingen, de afmetingen van gebouwen of andere kunstwerken, enz., worden geschreven evenwijdig aan de lijn, waarvan zij de lengte aangeven en tusschen haakjes of tusschen streepjes geplaatst. De soort van grond, als: bosch, bouwland, enz., de aard der perceelscheidingen, als: heg, sloot, vaart, enz., alsmede die der terreinvoorwerpen, als: huis, schuur, enz., wordt in de schets zooveel mogelijk bijgeschreven en aangegeven met de daarvoor gebruikelijke teekens.

Aangezien het in teekening brengen op het terrein niet met

Sluiten