Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX.

WATERPASINSTRUMENTEN.

ยง 176. Waterpasbaken. Men onderscheidt twee soorten van waterpasbaken: zelfleesbaken en baken met bordjes.

De zelfkesbaak bestaat uit eene platte lat van goed rechtdradig hout, van onderen van een ijzeren *schoen voorzien en op het wit geschilderd voorvlak in decimeters en centimeters verdeeld; van de verdeeling, die zoodanig moet zijn ingericht, dat men met den kijker daarop kan aflezen, zijn in fig. 178_en 179 een paar voorbeelden gegeven. Van den onderkant van den voet als nulpunt beginnende zijn de decimeters naar boven door recht opstaande cijfers genummerd; de verdeeling gaat niet verder dan in centimeters. Wordt de baak in een zeker punt verticaal opgehouden en de kijker bij horizontale vizierlijn op de -baak gericht, dan kan men door de verdeeling af te lezen, waarop de horizontale draad zich in den kijker projecteert, den afstand bepalen van dat punt tot het horizontale vlak door de vizierlijn. Valt de horizontale draad daarbij tusschen twee deelstrepen in, dan wordt het aantal millimeters geschat.

De baak met bordje bestaat uit een vierkante lat, waarlangs een bordje op en neer geschoven kan worden. Dit bordje ter grootte van ongeveer 25 centimeter is, zooals fig. 180ab aanwijst, in vier deelen verdeeld, waarvan er gewoonlijk twee wit en twee rood geschilderd zijn. Het wordt door den baakhouder, op aanwijzing van den waarnemer bij het instrument, zoo lang naar omhoog of naar omlaag geschoven, tot de horizontale draad van den kijker juist de horizontale afscheiding op het

Sluiten