Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bovengenoemde voorwaarden zijn niet alle even belangrijk: de eerste is de voornaamste.

Is namelijk aan den tweeden eisch van regeling niet geheel voldaan of is de^as bij de opstelling niet zuiver verticaal gesteld, dan zal bij het richten in verschillende richtingen de bel niet blijven inspelen en dus ook de vizierlijn niet horizontaal blijven. Wanneer men echter telkenmale, vóórdat men op de baak afleest, de bel met de stelschroeven opnieuw doet inspelen, dan is, als slechts aan de eerste voorwaarde van regeling nauwkeurig voldaan wordt, de vizierlijn telkens horizontaal. Wel is waar blijft daarbij de vizierlijn niet volkomen in hetzelfde horizontale vlak, maar de daaruit voortspruitende -fout is. geheel oribeteekenend, zoolang de richtlijn van het niveau niet al te veel van den stand rechthoekig op de as of deze laatste te veel van den verticalen stand afwijkt. (*) Ofschoon dus* om deze reden deze laatste voorwaarden niej geheel mogen verwaarloosd

O Dit kan binken uit de volgende berekening van de grootte ^van. de fout in een bijzonder geval. Laten A', B' en C, flg. 183, de horizontale projecties van de drie stelschroeven voorstellen en laten de beide baken zich ter'weerszüden van het instrument in het verticale vlak CD bevinden, dat rechthoekig staat op AB. Nemen wij dan dit vlak als verticaal projeotievlak aan . en onderstellen wij, dat M"V de in dit vlak gelegen omwentelingsas is, M"Vi de horizontale vizierlijn op het oogenblik, dat do kijker pp de linkerbaak gericht is, en 90° — t de hoek tusschen beide lijnen, dan zal, nadat de kijker 180° gedraaid is, M"E do nieuwe stand der vizierlijn zijn. Aangezien deze lijn en dus ook dé daaraan evenwijdige richtlijn met den horizon thans oen hoek 2 S maakt, zal — als de bel opnieuw met behulp van de schroef C tot inspelen wordt gebracht — het geheele instrument om de lijn AB een hoek 2J wentelen; het punt M" beschrijft daarbij het cirkelboogje M"m en de vizierlijn zal in den stand mK2 komen, op het oogenblik, dat de rechtorbaak wordt afgelezen. De vizierlijn bevindt zich dus bü het aflezen der rechterbaak .het bedrag mn hooger dan bjj het aflezen op de eerste baak. De daardoor veroorzaakte fout mn wordt gevonden uit de gelijkvormigheid van A A"M"F met het kleine driehoekje M"mn, waarvan de zijden loodrecht staan op die van den eerstgenoemden driehoek. Daaruit toch volgt:

mn:A"F = rnüf * : A"M", mn = A"F X r^f,7 - X 2 <f.

Is a de zijde van den gelnkzijdigcn driehoek A'RC en M' het zwaartepunt zoo is;

A"F = D'M' = l CD' = {«1/ 3,

en dus de fout:

^ »m=Jal/8.J\

Zij nu bijv., a = 100 millimeter, do boekwaarde van het niveaudeel 20", i = 5 hiveaudeelen = 100", zoo wordt mn = £ X 1001/ 3 X ïuVsWi= 0,028 millimeter; de fout is alzoo geheel onbeteekenend in vergelijking van de fout. die bü het aflezen Wordt gemaakt en waarbij de millimeters geschat worden.

Sluiten