Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/

worden gemaakt, door bijzondere voorzorgen worden ontgaan (zie Hoofdstuk XXII).

§ 178.1 Opstelling en gebruik. Aannemende, dat het instrument, aan de in de vorige paragraaf genoemde voorwaarden voldoet, dan geschiedt de bepaling van het hoogteverschil van twee punten in het algemeen op de volgende wijze. Het instrument wordt zoodanig geplaatst, dat men op de baken, die op die twee punten opgesteld zijn, kan aflezen De as wordt vervolgens zoo goed mogelijk verticaal gesteld en de kijker op een der baken gericht. Speelt de bel dan niet volkomen in, dan moet men haar eerst doen inspelen door middel van de stelschroef, die zich het dichtst onder den kijker bevindt, en leest men daarna op de baak den stand van den horizontalen draad af. Daarna richt" men op de tweede baak, doet opnieuw de bel inspelen en leest weer af. Het verschil der twee aflezingen geeft dan het hoogteverschil.

Mocht de vizierlijn niet zuiver evenwijdig zijn aan 'de richtlijn van het niveau, dan zal men in de meting eene fout maken, die men echter kan elimineeren door de standplaats van het instrument zoodanig te kiezen, dat het op gelijke afstanden van de twee baken verwijderd is {waterpassen uit het midden). Men maakt dan bij beide aflezingen dezelfde fout in denzelfden zin en deze vernietigen elkaar dus bij het aftrekken.

§ 179. Regeling. Ofschoon uit de vorige paragraaf gebleken is, dat men den invloed van eene niet-volkomen regeling, in het bijzonder van de vizierlijn ten opzichte van de richtlijn van het niveau, kan elimineeren door uit het midden te waterpassen, is het toch steeds gewenscht, zoo nauwkeurig mogelijk aan de in § 177 genoemde voorwaarden, doch in het bijzondér aan de eerste, de hoofdvoorwaarde, te voldoen, omdat het meestal moeilijk en soms onmogelijk is, zich streng aan het waterpassen uit het midden te houden.

De wijze van onderzoek en de volgorde,, waarin de regeling moet plaats hebben, hangen geheel af van de inrichting van het instrument. Bij sommige instrumenten zijn kijker en niveau onderling en met de as vast verbonden en moet het onderzoek naar de hoofdvoorwaarde, namelijk naar de evenwijdigheid van richtlijn en vizierlijn op het terrein, volgens eene min of meer omslachtige methode plaats hebben. Bij andere instrumenten echter kunnen kijker en niveau, hetzij te zamen, hetzij ieder afzonderlijk, van de overige deelen van het instrument ver-

Sluiten