Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem om zijn lengteas te draaien, (zoodat in beide gevallen dezelfde zijde, van den kijker boven komt) en wederom bij inspelende bel af te lezen. Leest men niet hetzelfde af, dan geeft de afwijking het dubbele van de fout aan.

De regeling heeft bij sommige instrumenten (o. a. het waterpasinstrument van Egault) plaats met behulp van eene schroef, waarmede een der vorken en dus ook het eene uiteinde van den kijker in verticalen zin bewogen wordt, nadat vóór het onderzoek de richtlijn met behulp van de correctieschroef van het niveau loodrecht op de omwentelingsas is gesteld; bij andere instrumenten (o.a. de grootere waterpasinstrumenten van Stampper) geschiedt de voornoemde regeling met de schroef van het niveau en wordt de richtlijn daarna rechthoekig op de as gebracht met behulp van eene schroef, waardoor niveau en vork tegelijk in verticalen zin worden bewogen.

Ook bij deze constructie kan de fout in de evenwijdigheid van richtlijn en vizierlijn geëlimineerd worden door het doen van eene tweede meting, waarbij de kijker in zijne tappen is omgelegd en tevens 180° om zijne lengteas is gedraaid.

Evenals bij het instrument van Becker en Buddingh kan het onderzoek naar de gelijkheid van de tappen hier slechts geschieden met behulp van pen ruiterniveau of door — nauwkeurige regeling op de beschreven wijze — volgens de algemeene methode van § 180 na te gaan, of de vizierlijn en de richtlijn werkelijk evenwijdig zijn.

§ 185. Micrometerschroef. Bij verschillende waterpasinstrumenten met cylindrische tappen is de schroef, waarmede een of beide _vorken in verticalen zin knnnen bewogen worden ■(schroef H in flg. 187) geen gewone correctieschroef, doch eene fijne micrometerschroef, waarvan, men het aantal omwentelingen nauwkeurig kan bepalen. Dit is o. a. 'het geval met de waterpasinstrumenten van Stampfer, alsmede met het in fig. 188 voorgestelde, reeds in § 184 onder b behandelde, waterpasinstrument van Eennel. Het bóvenstel van het laatstgenoemde instrument is daartoe verbonden aan een f~|-vormigen drager QQ', die om eene horizontale as L draaien kan; deze as, alsmede een horizontale arm PP', waarvan alleen de uiteinden in de figuur zichtbaar zijn, zijn vast aan de' verticale omwentelingsas verbonden.

Deze arm Pp' dient aan de eene zijde tot steunpunt van de

Sluiten