Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is echter duidelijk, dat hierbij de fouten van de instrumenten niet geëlimineerd worden, dat dus in de uitkomst nog voorkomt het verschil van de fouten, voortgebracht door de twee instrumenten. Om nu deze fout te elimineeren wordt dezelfde meting herhaald, nadat men de instrumenten voorzichtig verwisseld heeft, om de fout voor en na de verwisseling gelijk te doen zijn. Aangezien nu bij de tweede meting dezelfde fout, maar ia tegengestelden zin, gemaakt wordt, heffen die fouten elkaar op.

Is men niet in de gelegenheid eene baak in het midden te plaatsen, dan stélt men eerst het instrument in D, fig. 206, en leest op de beide baken A en B af. Vervolgens plaatst men het instrument in E en bepaalt weer het hoogteverschil tusschen A en B. Door het gemiddelde van die twee uitkomsten te nemen, worden dan weer de fouten geëlimineerd, indien men er voor gezorgd heeft, dat DB = EA en DA = EB is.

Het is duidelijk, dat hierbij weer dezelfde voorzorgen als boven genomen moeten worden en dat, als de waarnemingen in D en in E niet kort genoeg na elkaar kunnen geschieden, men de straalbuiging door gelijktijdige aflezingen met twee instrumenten moet elimineeren, terwijl het elimineeren van de fouten dier instrumenten dan weer plaats heeft door het verwisselen daarvan.

Zijn de afstanden niet al te groot, dan kan men bij deze meting de gewone waterpasbaken bezigen. Bij grootere afstanden moet men echter afzonderlijke baken of borden daartoe laten Vervaardigen, waarop de verdeelingen door des te grootere vakken worden aangegeven, naarmate de afstanden grooter zijn. Men zal hierbij niet bij inspelende bel aflezen op de baak, maar op de middens van eenige verdeelingen richten en daarbij den stand van het niveau zoo nauwkeurig mogelijk aflezen (verg. § 20).

Aangezien de fouten in het richten op de baken met dergelijke groote vakken niet gering zullen zijn, en alle fouten door de groote afstanden belangrijk vergroot worden, zoo moet men onderscheidene metingen doen of meermalen de overbrenging verrichten, om" door het nemen van gemiddelden uit de verschillende hoogteverschillen de fouten in de einduitkomst zoo gering mogelijk te maken. Het spreekt vanzelf, dat men voor deze metingen het gunstigste gedeelte van den dag zal uitkiezen, als de deining zoo gering mogelijk is.

Sluiten