Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brengt men niet den ter hoogte van de punten A en B gemeten afstand in rekening, maar den zoogenaamden tot hèt oppervlak der zee herleiden afstand BD' = a, dan moet aan bovenstaande formule eene kleine correctie worden aangebracht. Zijn namelijk AD = H en BD' = H' de hoogten der punten A en B boven het oppervlak der zee, dan gaat de formule voor h, als men wederom tg i G= i G stelt, over in:

ji 2R + H+H' „, BAC—ABC h= ctg , -

BAC—ABC . H+H' BAC—ABC =R X Ctg g 1 \ G.ig I

of, als men i?X C = DD' — a stelt en opmerkt, dat p£q ABC

R X G.tg — • op weinig na het hoogteverschil h voorstelt, zoodat men in den laatsten term G.tg -~ AB door

h

—- mag vervangen, dan gaat de formule over in: R

, BAC — ABC , H-\-B7 h

h = a tg g +—TT"

J BAC — ABC , H'2 F2 -a^ 2R --2B • (4)

§ 206. Waarnemingen uit één uiteinde. Er blijft nu nog over het bepalen van de twee hoeken BAC en ABC; daarbij heeft men twee gevallen te onderscheiden, of men'narnelijk alleen den elevatiehoek in één punt, bijv. A, meet, of dat men het ook in het tweede punt B doet.

Bij het meten van den elevatiehoek in A wordt de hoek gemeten tusschen de richting, waarin de lichtstralen van B tot ons komen en de horizontaal, dus tusschen de raaklijn AF aan den gebogen lichtstraal AB en de raaklijn AG aan den cirkelboog AB'. Stelt men dien elevatiehoek FAG = e, dan moet men daarvan den hoek FAB = 3, die den invloed van de straalbuiging voorstelt, aftrekken, om den hoek BAG te vinden. Merkt men nog op, dat 67-4.0 = 90° is, dan vindt men:

BAC=90°4re — S.

Voor den hoek ABC vindt men nu uit de figuur, als ACB — C gesteld wordt:

Sluiten