Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ABC = 180° — BAG— ACB == 180° — 90° — e + 3 — C = = 90° — e + S — G,

en dus:

BAC — ABC _ (90° + e — S) — (9QP — e4rS—C) _ g _ j _j_ ^ a

waardoor (3) overgaat in:

h = atg(e — S-\-\C) (5)

Den in deze formule voorkomenden middelpuntshoek G kan men gemakkelijk vinden door den horizontalen afstand a der twee punten door den straal R van de aarde te deelen. Wat den invloed der straalbuiging betreft, zoo is in § 194 gebleken, dat ten gevolge hiervan op eene op een afstand a geplaatste ucfi

baak bij horizontale vizierlijn ——- te weinig wordt afgelezen, als

ft den coëfficiënt der straalbuiging voorstelt. De afwijkingshoek

S bedraagt in dit geval dus —- of ft C, welke uitdrukking ook R

voor hellenden stand der vizierlijn nog mag gebruikt worden. De formule (5) wordt na substitutie dezer waarden dus:

h = atg(e—&C-\-lC) (6)

Zooals wij in § 194 gezien hebben, is de coëfficiënt ft, waarvan de gemiddelde waarde bij de rust der beelden 0,07 bedraagt, aan vrij groote veranderingen onderhevig, welke men moeilijk in rekening kan brengen. Vandaar dat men door éénzijdige meting van den elevatiehoek, vooral bij groote afstanden, geen groote nauwkeurigheid kan bereiken, tenzij men in de gelegenheid is, om op de in § 208 te beschrijven wijze de grootte van den coëfficiënt tijdens de waarneming uit andere waarnemingen af te leiden. Kan dit niet geschieden, dan dient men eene gemiddelde waarde ft aan te nemen, die men voor Nederland het best doet te berekenen uit de in de noot op blz. 265 opgegeven formule, daarbij rekening houdende met het tijdstip der waarneming.

Indien de afstanden niet al te groot zijn, kan men G en 5 als kleine grootheden beschouwen, waarvan de 2de en hoogere machten .verwaarloosd mogen worden , en daardpor formule (5) pog vereenvoudigen. Ontwikkelt mep die formule volgens de

Sluiten