Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BAROMETRISCHE HOOGTEMETING.

ยง 210. Nauwkeurigheid van de barometrische hoogtemeting.

Daar de drukking, die lucht in eenig punt uitoefent, afhankelijk is van het gewicht van de zich daarboven bevindende lucht, moet zij met de hoogte langzaam afnemen. Door het meten van de drukking der lucht in twee verschillende punten, met behulp van den barometer, moet het dus mogelijk zijn het hoogteverschil,van die twee punten te bepalen.

Bevindt de luchtmassa zich in evenwicht, dan bestaat er eene eenvoudige betrekking tusschen de luchtdrukking en de hoogte. Daar zich echter bij het meten die evenwichtstoestand nooit volkomen voordoet en men de verstoring van het evenwicht moeilijk in rekening kan brengen, zoo ontstaan daardoor fouten, die, gevoegd bij de fouten, voortspruitende uit het bepalen van de drukkingen zelf, en de andere grootheden, zooals bijv. de temperatuur, die men bij de berekening noodig heeft, oorzaak zijn, dat de resultaten door de barometrische hoogtemeting verkregen op verre na de nauwkeurigheid niet bezitten van de trigonometrische hoogtemeting en van het waterpassen. Aan de onder gunstige omstandigheden door barometrisch hoogtemeten verkregen hoogteverschillen kan men alleen, wat de geheele meters betreft, waarde .hechten; de onderdeelen van den meter zijn niet meer te vertrouwen.

Het groote voordeel van de barometrische hoogtemeting is echter gelegen in de gemakkelijkheid, waarmede men van een groot aantal zelfs betrekkelijk ver van elkaar - verwijderde punten de hoogte kan bepalen, al is het ook met eene eenigszins geringere nauwkeurigheid. Bij voorloopige opnemingen dus, waar groote nauwkeurigheid bijzaak, vlugheid van werken

19

Sluiten