Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maakt men nu eene tabel met enkelen ingang van de waarden

van if= Klog—^-, die den naam van ruwe zeehoogten dragen,

(omdat zij de hoogten boven de zee aangeven, in de onderstelling dat de barometerstand bij het oppervlak der zee 760 millimeter bedraagt en de gemiddelde temperatuur nul is) dan kan men daarin voor B0 en B'0 de overeenkomstige waarden van H en H' vinden. Hun verschil geeft het ruwe hoogteverschil, dat nog gecorrigeerd moet worden voor de temperatuur. Van de daartoe aan te brengen correctie xi(H'-H) kan men eene kleine tabel met dubbelen ingang vervaardigen, waarin men de waarde van die correctie vindt, voor de overeenkomstige waarden van t en ff' — H.

Tot hetzelfde doel, het vereenvoudigen van de berekening, bezigt men ook bijzonder daarvoor ingerichte rekenlinialen en graphische tafelen, die wij'' hier niet nader zullen bespreken.

§ 214. Horizontale afstand der punten. — Gelijktijdige

waarnemingen. Bij de hierboven ontwikkelde formule is verondersteld, dat de drukkingen in twee verticaal boven elkaar gelegen punten .bepaald zijn; zij is echter evenzeer van toepassing, wanneer de punten niet verticaal boven elkaar gelegen zijn, omdat, als de lucht in evenwicht is, in de punten, die in hetzelfde waterpasse vlak gelegen zijn, dezelfde drukking heerscht. Is do lucht niet in evenwicht, dan zal de drukking in die punten niet volkomen zijn, en men zal dus eene fout maken> die des te grooter zal zijn, naarmate de verstoring van het evenwicht en de horizontale afstand der punten grooter zijn. Men moet daarom vermijden, direct het hoogteverschil van punten te bepalen, die al te ver van elkaar verwijderd zijn. Ook moet men vermijden, het hoogteverschil direct te bepalen van punten, die zich in zeer ongelijke meteorologische toestanden bevinden, zooals bijv. punten aan weerszijden van een bergrug.

Verder zijn wij uitgegaan van de veronderstelling, dat op beide punten gelijktijdige waarnemingen gedaan worden. Dit laatste is noodig, omdat de drukking van de lucht in den loop van'den dag op dezelfde plaats langzaam verandert. Men is genoodzaakt met twee aneroïden en twee waarnemers de metingen te verrichten.

Wel kan men, de meting met één aneroïde verrichten, maar dan moet men na een niet al te lang tijdsverloop (bijv. een uur) op het uitgangspunt terug komen en daar opnieuw de

Sluiten