Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al te lang tijdsverloop. op het uitgangspunt of op een ander bekend punt moet aansluiten, en de nauwkeurigheid van die meting geringer is dan die met twee aneroïden, zoo kan men een .Uitgestrekt terrein moeilijk met één'aneroïde goed opnemen, als er niet het noodige aantal vaste punten aanwezig, is. Zijn deze niet aanwezig, dan moet men door" waterpassing langs de wegen zich de noodige vaste punten verschaffen, waarvan men bij de aneroïde kan uitgaan.

, Aangezien men hier slechts met één aneroïde te doen heeft , zoo valt, bn'.het nemen van het verschil van twee barometerstanden , de standcorrectie van zelf weg, indien zij ten minste in den tusschentijd niet veranderd is, waarvoor men door voorzichtige behandeling moet zorgen, te meer daar men hier de contröle door de vergelijking met eene andere aneroïde mist.

Bij de aflezing op de vaste punten moet men echter niet op eene enkele aflezing vertrouwen, maar liefst 2 of 8 aflezingen' na korte tusschenpoozen doen, omdat eene fout "in die aflezing, natuurlijk alle hoogtebepalingen foutief maakt, iets wat niet het geval is bij eene fout in de aflezing op een der andere punten. Na een kort tijdsverloop, liefst niet langer dan één -uur, komt men op het uitgangspunt terug, om daar opnieuw den barometerstand waar te nemen. Is deze veranderd, dan wordt de verandering, zooals wij boven reeds zagen, evenredig met,den tijd verdeeld. v

In plaats "van op het uitgangspunt terug te komen, kan men ook op een ander bekend punt aansluiten. Uit het bekende hoogteverschil (h) en den aldaar waargenomen barometerstand (B'0) kan men dan, met behulp van de barometerformule, den barometerstand (B0) in het eerste punt berekenen en daarmede op dezelfde wijze handelen, alsof hij daar zelf was waargenomen.

Sluiten