Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die hoogtelijn gelegen is, en heeft men nauwkeurig de hoogte der vizierlijn berekend, dan kan men daaruit onmiddellijk vinden hoeveel men op de baak moet aflezen, opdat haar voetpunt juist in 'een punt van de gezochte lijn ligt.' De baakhouder verplaatst nu zoolang de waterpasbaak, tot werkelijk die aflezing verkregen wordt en geeft dit punt op het terrein door een jalon aan. Hij gaat dan een tweede, derde, vierde punt, enz., op die wijze opzoeken, voor zoover ze van de standplaats van het instrument nog genoegzaam zichtbaar zijn. De opnemer zoekt vervolgens eene nieuwe standplaats voor het instrument op, om van daaruit de niveau-lijn verder te vervolgen. Het bepalen van de hoogte van de vizierlijn in de nieuwe standplaats geschiedt natuurlijk door het voortzetten van de gewone waterpassing, waarbij men alle voorzorgen heeft in acht te «nemen, vroeger bij de aaneengeschakelde waterpassing .behandeld (zie: § 197)- Tevens zal men voor de contróle van de meting er voor zorgen, ten slotte weer op een punt, waarvan de hoogte bekend is, te sluiten.

Heeft men op deze wijze eene hoogtelijn opgezocht, dan kan men op dezelfde wijze overgaan tot het opnemen van eene tweede, eene derde, enz. Al die verschillende hoogtelijnen zijn dan pp het terrein door enkele punten met behulp van jalons aangegeven, en worden volgens eene van de vroeger behandelde, methoden opgenomen en in kaart gebracht.'

Bij het opzoeken van de hoogtelijnen op de geschreven wijze, kan eene baak met bordje grooten dienst bewijzen; door het bordje te plaatsen op de hoogte, waarop de kijker gericht moet zijn, ontgaat men het vermoeiende aflezen, kan men veel vlugger werken en. heeft men minder aanleiding tot het maken van fouten.

Zijn de hoogtelijnen dichter bij elkaar gelegen, dan de lengte van de baak bedraagt, dan kanomen van uit eene standplaats, gelijktijdig meer hoogtelijnen uitzetten, waardoor de arbeid natuurlijk bespoedigd wordt.

§ 220. Bepaling van de hoogtelijnen op de kaart. Ter bepaling van de hoogtelijnen op de kaart wordt van eene menigte punten van het terrein de hoogte bepaald en deze bij de projecties dier punten in de kaart geschreven. Heeft men die punten zoodanig gekozen, dat men de verbindingslijn van twee punten op hét terrein nauwkeurig genoeg als eene rechte lijn kan beschouwen, dan kan men op die lijn door eene eenvoudige constructiei of door eene eenvoudige berekening, het punt

Sluiten