Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nemen wij het aantal zijden van 100 M.: 20, dan is: ■Mb = 100 X -g^r X & = 1,30 M. . voor de boussole-, en:

MT = 100 X inzör X 53,6 = 1,56 M.

oloo

voor den theodoliet.

Wij zien dus, dat hier de boussole reeds in het voordeel is.

Bij veelhoeken — als boven ondersteld — met 16 of 17 zijden, zijn de middelbare fouten, voor beide instrumenten berekend, ongeveer gelijk. • .

Wanneer wij een veelhoek van bepaalde lengte hebben, bijv. A, hoe zal dan de meting voor beide instrumenten op, de meest voordeelige wijze zijn in te richten?

Onderstellen wij weer, dat de zijden alle dezelfde lengte a hebben, dan is het aantal zijden:

SS ■ *^ a

en de lengte a van ééne zijde: '

_ A_

n

De middelbare fout in de plaats van het eindpunt bij meting met do boussole is dan:

MB — a m'b y n — ;

y n

bij meting met den theodoliet:

Nu zien wij uit de formule voor MB, dat de grootte van de fout afneemt, wanneer het aantal zijden toeneemt; bij meting met behulp van de boussole zullen wij alzoo korte zijden nemen (*),

(*) Wij zullen daarbij de zijden niet te kort nemen, aangezien dan eene kleine fout in de opstelling van te grooten invloed wordt op de meting van het azimuth (verg. ook do noot op blz. 165). ,

Sluiten