Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aangezien tt de middelbare fout is voor 24 K.M., is de middelbare fout m voor 1 K.M.:

m_ _iL_ = A / J?74^ = 4,8 m.M.

IV Om de hoekwaarde (zie § 20) van het niveau van een waterpasinstrument te bepalen', zijn bij de navolgende standen ■van'de bel de daarnaast vermelde aflezingen op eene op een afstand van 41,253 M. verticaal gestelde zelfleesbaak verricht:

uitwijkingen ' aflezingen

van de bel: op de baak

n —10 1,2S2 M.

+ 10.' 1,406 „

2) - 8, 1,275 M. + 8. 1,374 „

3) — 6 1,261 M. + 6.' 1,337 „

Gevraagd de meest waarschijnlijke waarde voor de hoekwaarde van het niveau te berekenen alsmede de middelbare fout van het resultaat.

Aangezien, zooals uit de waarnemingen is op te maken, na iedere meting de baak iets hooger is gesteld, zijn de drie bepalingen onafhankelijk van elkaar; uit iedere bepaling kan eene waarde voor de hoekwaarde worden afgeleid, die nauwkeuriger is, naarmate het aantal deelen waarover de bel tusschen de twee aflezingen op de baak is verplaatst, grooter is. De aflezingen op de baak worden beschouwd als met gelijke nauwkeurigheid verricht te zijn.

Uit de metingen volgt, dat met:

20 ■ 16 en 12 niveaudeelen,

lengten op de baak overeenkomen respectievelijk gelijk aan:

Z1="l24, «2 = 99, Z3 —78 m.M.

Gemakshalve zullen wij eerst de meest waarschijnlijke waarde voor 4 maal de hoekwaarde berekenen; noem deze waarde in lengtemaat op de baak uitgedrukt (zie blz. 23) 4Hg en noem:

20= 16=4==a2 en ^ = 3 = 03,

4 ; 4 4

Sluiten