Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toevalligerwijze geeft hier het geringe aantal waarnemingen betrekkelijk gunstige resultaten; voor een goede bepaling van de constanten moet over een groot aantal, liefst uiteenloopende waarnemingen beschikt kunnen worden; eenvoudigheidshalve is hier voor een gemakkelijk overzicht een klein aantal waarnemingen gekozen.

§ 246. Bepaling van de excentriciteit van een randverdeeling. Wanneer (verg. §^14) het draaipunt van de.alhidade niet juist samenvalt met het middelpunt van de randverdeeling, dan zal een hoek, dien de alhidade doorloopt, niet gelijk zijn . aan het verschil van de aflezingen op den cirkelrand. Door het aanbrengen van twee diametraal tegenover, elkaar staande noniussen wordt de fout, veroorzaakt door de excentriciteit, geëlimineerd.

De nauwkeurige aflezing 'aan. nonius (zie § 11, blz. 15), aan afleesmicroscoop, of aan micrometrische microscoop, kan de grootte van de excentriciteit worden bepaald; uit de aflezingen kan tevens eenig besluit worden genomen omtrent de deugdelijkheid van de randverdeeling.

In flg. d (*) is C het middelpunt van de randverdeeling, G' het draaipunt van de alhidade, O het nulpunt van den rand, die in 'positieve richting becijferd wordt ondersteld; I en II zijn de nulpunten van de noniussen (of andere afleesinrichtingen), die in het algemeen niet juist diametraal tegenover elkaar staan;' zij het constante verschil in den diametralen stand S. De' invloed s (zie de figuur) van de excentriciteit is veranderlijk: bij K is die invloed nul, 90° verder langs de randverdeeling zal de invloed zoo groot mogelijk zijn, diametraal tegenover K is de invloed weer gelijk aan nul, wordt dan negatief en bereikt 90° vóór K de grootste negatieve waarde.

De boog IIA, fig. d bestaat alzoo uit een constant gedeelte IIB = S en een veranderlijk gedeelte AB = 2e. Het boogje IIB .verandert, streng genomen, eenigszins met de plaats op de randverdeeling, omdat G' excentrisch is, de verandering is echter zoó gering, dat daarvan bn verdere berekeningen kan worden afgezien.

Deze beide gedeelten 3 en 2e kunnen wij op de volgende" wijze scheiden. Noem het verschil 71—I—I80° = p. dan is:

p = 5 -L. 2 £, ,

Stellen wij ons voor, dat de alhidade 180° wordt omgedraaid,

(') Zie de uitslaande plaat aan het einde van dit Aanhangsel,

Sluiten