Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 3l2 20.25 8

[x2] = [(23)2] _ i_J_ = 1,29 - = 0,165 ,

zoodatv:

j m^=^ = 0,0097, «V = 0',10.

Met behulp van deze middelbare fout kunnen wij ook de middelbare fout berekenen in de enkele aflezingen; 2 S is namelijk berekend uit de som van p en q, drukken wij p en q uit in de aflezingen, dan is: 5l^*H3

2 5 = II— I — 180° + II' — I' + 180°

en

m2è2 = mu2 + mx2 -f- '%r2 + '%2Aangezien de aflezingen gelijke nauwkeurigheid hebben, is: mn = mir — "V = mi,

zoodat:

m2j2 = 4 m/.

en :

mof

mT = —— - 0',0o.

Met behulp van de waarden 4 e kan de lineaire excentriciteit CC' — e als volgt worden berekend. In driehoek CC' I is:

e 'sin e

G' I ^sin C'CI'

nemen wij G' I gelijk aan den straal r (van het kleine verschil kan in een uitdrukking voor e worden afgezien), en vervangen wij sin e door boog e (de invloed van de exentriciteit is in den regel zeer klein); gaan wij verder na, dat hoek C' C'J gelijk is aan het verschil van de aflezingen in [de punten I en K van den rand, dus gelijk aan het verschil van de bogen ol en oK; noëmen wij die aflezingen I en K, dan is-dus C' CI = I— K en

£ = — sin (I—K) . * (108)

r

de invloed van de exentriciteit uitgedrukt in boogmaat.

Sluiten