Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïi=fi-fiU, B, C), j

*2=Pa-/iiU, -B, C)r f (154)

s„=pn — fn(A, B, G). )

Door het invoeren van benaderde waarden kunnen wij deze foutenvergelijkingen lineair maken. Stel namelijk:

i = i,-)-Ai, B = B„ + AB, C=C + AC,

waarin A0, B„ en C0 benaderde waarden zijn —die bijvoorbeeld te vinden zijn uit drie van de betrekkingen (153), waarin voor de grootheden P de metingen p zijn gesubstitueerd —; deze in (154) ingevoerd geven:

Xi=Pi — AUo + A^L, B0+ AB, 0, + AC), x2=Pa — f% (4. + AA, B0+ AB, C0 4- A C),

x„ = Pn — ƒ„U» + A1,5.+ A-B, C. + A C).

Ontwikkelen wij bovenstaande „functies" volgens Tatlor en verwaarloózen wij de tweede en hoogere machten en de producten van de correcties AA, A B en A C, die uit den aard der zaak klein zullen zijn, dan worden de foutenvergelijkingen:

Wl-AU., B0, C,-(f}&A + ^AB+ fc Ac),

xn=pn~fn & % Q-(-g- A g + A B+ % A I Stellen wij nu:

cZ/i dA | dfi \

d/g cZ/"2 , df2 I j»a-^U., B., C0) = g2)5I = «2,^=&2^c=C2' . . (166)

pn-fAA0, B0, Q = o„, ^ = ^ = &»>dC = c»> )

Sluiten