Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. (Zie ook II blz. 377 en II blz. 398). Tusschen de verrichtingen 1, 2, 3 en 4 zijn de vijf volgende hoeken gemeten:

1) 1.2= 63ü16'50",982,

2) 1.3 = 130°54'47",026,

3) 1.4 = 190° 6'4o",33.9,

4) 2.4 = 126°49'53",532,

5) 3.4= 59°11'58",388.

Gevraagd de meest waarschijnlijke waarden van deze hoeken te berekenen. • -

Noemen wij de meest waarschijnlijke correcties voor de'hoeken resp. Xi, x2, xs, Xi en x5, dan kunnen wij voorde vijf metingen, waarvan er drie onafhankelijk zijn, de volgende twee voorwaarden opschrh'ven: .

2.4 +a4 = l.4 +a;s — (1.2 +.%), 8 .4 + % = 1.4 + .r3 — (1.3 + x2).

Hieruit volgen de twee voorwaardenvergelijkingen:

a-'i—^3 + ^4 = 1 -4 — 1.2 — 2.4=*-!, x% — *3 + «5 = 1. 4 — 1.3 — 3. 4 = r2,

of, na substitutie van de metingen (en na rangschikking deitermen , met het oog op gemakkelijke samenstelling van normaalvergeiykingen en correlatenvergelijkingën):

X\ — xs + Xi = + 0,"825, x2 — xa — x5 = — 0,"075.

Deze voorwaardenvergelijkingen leveren de volgende normaalvergelijkingen :

3Zi+ Z2 = + 0,"825, Z! + 3Z2 = —0,"075;

waaruit wij voor de correlaten vinden:

Z^ + OZ'319, Z2 = —0,"131.

De correcties volgen nu uit de correlatenvergelijkingën:

Xl= Kx - = + 0,"319, x2 = Z2 = — 0,"131,

x3 = — Kx — Z2 = — 0,"188, Xi= = + 0,"319,

x5= Z2 = —0,"131.

Sluiten