Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de samenstelling van de coëfficiënten van de vergelijking (192) en de tweede leden van (190) hebben wij de onderstaande tabel:

l a b P al bl

1) —1+1 0 1 —1 0

3) + l — 1 — 1 1 —l_i

5) — 1 0+1 1 0—1

! 3 —2—2

zoodat alzoo:

Q, = 3 + 2 ix + 2 L2.

De hulpgrootheden Lx en L2 volgen dan uit:

8i!+ Zs = -2, i1 + 8£8 = — 2;

dus:

lUll Êf| ,

en ten slotte:

q = 3 _i i _ i = i, De gevraagde middelbare fout is dus: Jfs 3 = m 1/q = m,

zie ook blz. 401.

§ 255. Vereffening van een driehoeksnet. Bij vereffening volgens de methode van de kleinste vierkanten dient in aanmerking te worden genomen of de metingen hoekmetingen, dan wel richtingsmetingen zijn, aangezien de resultaten voor beide gevallen verschillen. Dit kan blijken uit het volgende eenvoudige voorbeeld:

In de beide. driehoeken ABC en ACD,'zie fig. n, bedragen 'de sluitingsfouten resp. —12" en + 20".

Worden de metingen als hoekmetingen vereffend, dan bedraagt de correctie voor iederen hoek van driehoek ABC: — 4", die voor de hoeken van driehoek 4CZ>: + 6J" (verg. blz. 463). De voorwaardenvergelijkingen zijn namelijk:

xi + x2 + x3 — — 12",

xi + «5 + «6 = + 20",

Sluiten