Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1°. de som van de hoeken in den vierhoek moet gelijk zijn aan 360° vermeerderd met het spherisch exces van den vierhoek.

2°. de som van de hoeken MAB en MBA verminderd met het spherisch exces van driehoek ABM moet gelijk zijn aan de som van de hoeken MGD en MBO verminderd met het spherisch exces van driehoek GDM, 3°. de som van de hoeken MAD en MBA verminderd met het spherisch exces van driehoek ABM moet gelijk-Tiijn aan de som van de hoeken MBO en MCB verminderd met het spherisch exces van driehoek MBG, 4°. de som van de log. sin. der rechts gelegen basishoeken moet gelijk zijn , aan de som van de log. sin. der links gelegen basishoeken, daarbij het punt M als centraal punt beschouwd (verg. blz. 155). Allereerst moeten alzoo de metingen als indirecte waarnemingen worden vereffend (zie blz. 443); deze vereffening, die wij bij dit vraagstuk de stationsvereffening zullen noemen, heeft voor ieder der vier hoekpunten afzonderlijk plaats.

Voor het hoekpunt of station A kunnen wij als benaderde waarden voor de richtingen nemen:

1: 0° 0' 0", S*^i 2: 48 17 49 ,

3: 82 42 30 ;

noemen wij de meest waarschijnlijke Waarden van de correcties, die aan deze richtingen volgens de stationsvereffening moeten «worden aangebracht, resp. I, II en III, dan vinden wij met behulp van bovenstaande benaderde waarden en de op blz. 505 vermelde hoekmetingen de foutenvergelijkingen:

%i = + 0,"542 — (— I -f II), gewicht 1,

«2 = + 0, 384 — (— I + III), „ 1, £3 = 4-0, 634 — (—II -f III), g 1;

terwijl hieruit de normaalvergelijkingen volgen:

21— II— III = — 0,"926,

— 1 + 211— 111 = — 0,092,

— I — II + 2III = + 1, 018.

Tellen wij deze vergelijkingen samen, zoo vinden wij 0 = 0, d. w. z, de vergelijkingen zijn.niet onafhankelijk; drie richtingen

Sluiten