Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI»

het vee naar huis fluiten wanneer de avond valt en hij spreidt de pracht van zijn woord niet uit in het wijde, maar doet haar ons bewonderen, zooals wij stil-verbaasd de kleuren bestaren van een vlinder of den rijkdom van een paarlemoeren slakkehoorn. In dezen jongen, verblijdenden schrijver is iets van de ingetogenheid van dén wind die waakzaam rust over het land op een windstillen dag, maar die opeens ondeugend rukt aan een korenhalm, of een watermolentje een oogenblik dolzinnig doet draaien en dan weer onverwacht doet stilstaan als een kind dat opeens zijn spel staakt, — iets van de kracht die er is, maar zich onthoudt van onstuimig misbaar.

En hij mist den overdadigen boert, die rinzig smaakt als geuzenlambiek, maar hij heeft den echten, den telkens fonkelenden humor, die zich niet geeft als ge hem hebben wilt, maar die aüerplotselingst uit zijn wezen gluurt, zooals de zon door de wolken schijnt, op een dag dat deze met groote stappen wandelen in den hemel.

Als wij in deze schetsen van Tolman lezen, dan gaan wij leeren wat wij zoo zelden hebben geweten, dat de wereld om ons heen een paradijs is vol kleine, verborgen schatten, dat wij onze peinzende hoofden doen dragen door onhebbelijke voeten die de kleine bedeesde wonderen die de kleurige vogelnestjes zijn, vertreden. Hij vouwt

Sluiten