Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de heidestruiken voor ons open, en toont het duizendvoudige leven dat wij verzuimen te zien. Hij laat ons luisteren naar de geluiden die heel uit de verte komen over het land, en doet ons opzien naar den raadselvollen hemel, waaronder zijn vogelen zwieren, waarvan hij de vlucht en de kleurschakeering uitviert in den rhythmus en de poedering van zijn raken, pretentieloozen stijl.

Wij kijken de lucht weer in en de heiden over als kinderen, wanneer wij aan zijn zijde gaan. Maar toch is hij geen kind, al heeft hij de aarde als met kleine vogeloogen bekeken, maar een mensch dat weet, dat een zonderling samenstel is van eenvoud en geraffineerde overbewustheid, en dat het eenzaam zelf vindt aan het uiterste einde van zijn tochten. Want er is meer dan humor, er leeft iets van ironie tusschen het proza dat deze heibewoner te boek stelde, omdat hij een uiting zocht voor zijn dringende activiteit. Maar terwijl anderen dan romans gaan schrijven of systemen van sceptiek, doet hij U even aanvoelen wie hij is, steekt zijn pijp op, en neemt zijn pen ter hand om een nieuwen vogel te teekenen in zijn natuurhistorisch prentenboek.

P. H. RITTER Jr.

Utrecht, 26 Juli 1919.

Sluiten