Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich dan niet zoo uiterhjk-uitbundig ; het is dan ingetogener, meer in zich zelf gekeerd.

Maar niet zoodra drijft even de zon op een Decembermiddag de egale grijsheid uit de fletse hemels, zoodat er van die prachtige blauwe lappen in de lucht beginnen te wapperen vol innige gloeiing, terwijl het licht brandt op de flanken der woningen en een enthousiaste haan kraait door al die weelde van weemlend licht en glans en gloed, of het wordt tusschen de frischheid der grassen één en al fonkeling van blanke madelieven, zoodat het is, of ge een brokje mei-wei vóór u ziet liggen. Die madelieven zijn trouwens wel bloemen van alle vier tijden en ze doen altijd zoo eenvoudig en rustig en kinderlijk te midden van al dat wintersche licht, dat soms zoon schaarschen keer eens opgetogen door de wereld vlaagt en hoost.

Dat winterlicht na een periode, vaal van nevels, triest van regen 1

Het kan zoo fantastisch-fijn spelen in de poovere wratertuinen met hun verflensten sier, de tuinen, die dan opeens zoon irreëelen glans verkrijgen, wanneer plotseling na dagen van vaalheid, die men eindeloos dacht, een lentegloed zijn blijheid uitspreidt over de wingerd-roode, doode aardbezieblaren of geestig en frisch tintelt op de kroezige, gekartelde bladweelde van boerenkool.

De troost van het licht voelt ge zoon moment als een weldaad, als een gouden, koesterenden rijkdom, een goede gave, die u gemakkelijker heenhelpt over de eenzaamheid der nevelperiode en de dagen van melancholieke mist, wanneer ge niet uit kunt zien en gehéél het wereld-voorkomen

Sluiten