Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de „donkere dagen vóór Kerstmis ?" Welk een legende 1

Ik liep één dezer dagen door een beukenlaan. De wereld zag er wanhopig-vaal uit; de eikenstruiken, nog vol oud blad, stonden triestig en het beukenloof lag zwaar en vochtig in de kar resporen. Een mist was veranderd in een gestadig neerzijgend regentje en het leek zoo bitter weinig op lente. Maar toch: tusschen het naaldhout waren de meezen aan het schommelen en buitelen en al regende het aan één stuk door, tóch had het jolig volkje pret en hun fijne stemmetjes piepten en tjiepten en geruchtten en wie weet, hoeveel geheimen ze elkaar vertelden; het is zelfs niet onmogelijk, dat ze reeds het voorjaar roken, terwijl wij, kniezende groote menschen, nog met angst en vrees in het hart een winter wachten ...

Het is opmerkelijk, hoe florissant dezen winter en naherfst de vinken er 'uitzien, zoo welgedaan, zoo rond, gevuld en glanzend, dat het een lust is ze te bekijken.

Maar dat kleine grut heeft zich ook zoo te goed gedaan! Twee jaren lang groeide er geen beukenootje, maar dit jaar was er zóó'n weelde van die glad-glimmende vruchtjes, dat de lanen en wegen er mee bezaaid lagen en de kinderen handen te kort kwamen om ze alle te verzamelen. Duizenden en duizenden van die vruchtjes waren als een glanzend manna naar beneden gevallen. De eekhoorns lachten in hun vuistjes, verkneuterden zich en hamsterden van den vroegen morgen tot den laten avond. Maar ook de vinken heten zich niet onbetuigd en zij alle hebben zich tot tonnetjes gegeten, zoodat ongetwijfeld, als de winter eens

Sluiten