Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit nabije streken golfde de bittere geur van heibrand nader.

Achter den sidderenden beukenheuvel vlamde de fakkel van driftig vuur; de jeneverbessen sisten van pijn, de plotseling gouden driehoeken kreunden en knetterden....

Een eksternest bengelde als een brandend mandje eieren....

De stilte bekeerde zich tot een bries, die de voortrukkende vuurslangen aanhitste.

Vluchtende vogels sloegen met hun ruischelende wiek gaten in het melk-blanke rookgordijn.

Voorbij mijn woning drentelde nerveus en verwonderd een eekhoorn, rosser dan sparreschors. De afstand tusschen een broedende korhoender en den Dood was één pas: de vogel schrok, wijl een roode krinkel begeerig wilde lekken aan zijn ruige veeren....

Vier weken later buitelde de nalatige regen boven een wereld, die woest lag en ledig.... En zelfs de rupsen waren reeds gestorven.

Sluiten