Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de wereld werd warmer en kende weer de teederheden van gul zeegnend licht. De zon was geboren; een versche dag ving aan te bloeien.

De zonneweelde hoosde door heel de wereld, raakte al de domeinen, die heuvelden of nederig lagen tusschen de cirkelende grenzen der kimmen en wekte uit dorren dood fijn vertier en klare fleur. De lichten stormden öp tegen het kopergroen en het muisgrijs der stil-stoere beukenstammen en wremelden en wemelden tusschen de warreling van takken en twijgen, die hun kromme, ziek verwrongen handen en vingeren zwijgend en toch zoo fel-verlangend gestrekt hielden om te ontvangen van al den gouden overvloed. Zij woelden in hoog te hoop gedreven, vaalbruin verflenst loof en het was of een juichende herfst herkeerde. En terwijl in den jongen morgen de vuren van den hemel spoelden door de ruimten van land en lucht als kleurige geruchtlooze wateren of winden, begonnen de hamsterzieke eekhoorns hun spel van eiken dag; als een roode schicht schoten zij door de greppels, gleden over weeke moskussens, veerden van den bodem op en als werden zij op gladde wielen voortgetrokken, zoo rolden en slierden zij lenig langs de gladde schors van twijg en tak. De zon had hen hef, verinnigde den donkeren glans der oogen, maakte dieper en bloeiender het rood-rosse van de vacht. Hun staarten werden pluimige fonkelwaaiers en geestig waren hun evoluties, wanneer zij hoog ten top sprongen van boomspits tot boomspits, onderwijl pauzeerden en spiedden naar den kostelijken inhoud van de zwart tegen de lucht plekkende hulsels der

Sluiten