Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zandpaden liggen als zonnig-witte weggetjes, die sprekend gelijken op het zilveren lint uit schooljongensopstellen, plaatselijke dagbladen en zelfs de werken van vermaarde romanciers.

Klaver-groene wazen blinken als teedre voiles in de berkenalleetjes, waar een bries wapperende vlaggeluidjes wekt.

Tusschen 't geel-verbleekte béuken- en eikenblad ritselt een trage slang, die de natuur heeft gebatikt van kop tot staart

Langs de spoorlijn sticht een verhitte locomotief het eerste heidebrandje, dat hijgend als een roode ruischelende wind gulzig langs de bermen sluipt...

De nauwelijks ontwaakte muggen pogen — één dag oud — èn den vorm èn het gonsgeluid der vliegmachines te imiteeren, maar een der aviators, gelokt door de zomerzoelte van het heidevuurtje, doet een val, doch kan niet worden gerepareerd

Bij de gele katjes der wilgen is gedrang van bruine, drukke bijen, die allen vóór in de rij willen staan, nu er honing- en stuifmeeldistributie plaats vindt

De lucht wordt effener en effener, nu de laatste witte wolken als wattige ballons zakken naar de kim, v die trilt van jonge hitte....

Zwijgzamer wordt de wind, die zich als een kind heeft moe gestoeid en vijf minuten lang een broze vlinder achtervolgde, die vluchtte in de luwte van een heg.

De zon rijst als een langzaam omhoog geheschen gulden schijf en de ruggen der ronde heuvels zijn geel gepenseeld.

Er vloeien glansen als van rustloos wisselend, wieglend water over de groene driehoeken der dennen.

Sluiten