Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DREMPEL VAN HET VOORJAAR.

Zwart liggen de akkers, één wijde donkere vruchtbaarheid, die hier groen en frisch is overwaasd van het in de zon fonkelende winterkoren, dat straks streven zal omhoog, naar de uitbundige blijheid van het goede gouden hcht en ginds wacht op den worp van het zandfijne zaad, dat over enkele weken ontkiemen zal, groeien en bloeien, wuiven en waaien, als de winden over de rijke vegetatie heen dolen en zwerven.

Nu is het alom de tijd der voorbereiding, der gereedmaking van wat straks als een kostelijk wonder zal feesten in zoeler oogenblikken. Nu wordt het langzamerhand de tijd der verrassingen in de natuur, nu kan er elk moment iets blijs gebeuren, dat de lente suggereert en herinneringen wakker roept aan den zomer.

Nog staan tegen de stille, onbewogen luchten de boomen kaal getwijgd en getakt, nog lijken ze arm; beuken en berken, eiken en linden, maar als ge ze van dichterbij beziet en ze vergelijkt met eenigen tijd geleden, kunt ge merken de zwelling der knoppen en weet ge, dat — o, langzaam, maar zóó zeker — het wonderlijk proces van telkenjaar zich weer zal voltrekken : het breken, het barsten, het dringen uit de, tijdens

Sluiten