Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den eieren-zoekenden mensen op een dwaalspoor te leiden, hem steeds voor leed en teleurstelling zullen behoeden. Dreigt maar een schaduw van gevaar, vermoedt hij maar héél, héél even, dat een mensch met minder faire bedoelingen speurend heen en weer loopt, dan gaat hij op een willekeurige plaats stil-ineengedoken zitten in de broedhouding, zóó natuurgetrouw, zóó echt en frappant-ernstig, dat ge als leek reeds zeker meent te zijn van uw buit en regelrecht koers zet naar den zwart-witten weivogel met zijn oranje-rooden bek en stevige, van zwemvliezen voorziene vleeschkleurige pooten; dan verheft hij zich plotseling, draaft druk en waggelend voort, verschuilt zich in een terreinlaagte, waar hij zich tijdelijk aan uw onbescheiden oog tracht te onttrekken en verschijnt een eindje verder met zijn kop boven een greppel of kuil, inspecteert dén omtrek, of gij nog in zijn buurt zijt en drukt zich weer als de eerste maal met serieus broedgebaar tegen den groenen weidegrond. En ge kunt er staat op maken, dat hij dit oolijk fopspelletje met volharding herhaalt, zoolang ge u verwaardigt notitie van hem te nemen. Heeft hij u zoodanig in 't ooitje genomen, dat zijn legsel geen gevaar meer loopt, dan spreidt hij zijn breede vleugels uit, roept hoonend een langgerekt kepiet kepiet en verkneutert zich, wij hij den homo sapiens op zoo bedrieglijke manier tot wegwijzer heeft gediend.

Zijn pogingen tot misleiding slagen inderdaad tallooze keer en, maar als in 't weiland geen vee meer graast en hooger en hooger de grassen groeien, wijl geen gretige bekken meer den weelderigen wasdom storen van witte klaver en

Sluiten