Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste kievitsei omstreeks 20 Maart verwachten, desnoods — volgens het rijmpje op een iis-skosse (ijs-schol), de „stranljip" is minder voortvarend en acht het de moeite niet waard, zich zoo vroegtijdig de huwelijksche zorgen op den hals te halen. Liever zwerft hij nog een kostelijk maandje onder de blauwe lentehemelen, blinkend van glans en gloed, om te krakeelen met zijn soortgenooten, om te stoeien en kwajongensachtig lawaai te maken bij de stille, groene uitgestrektheden, waar de boterbloem geelt en de madelief met haar rood-witte kransjes blank kleurt naast de malsche, weeke klavers. En pas als Bloeimaand in het land is, eindigt zijn kommerloos bestaan en na den tijd van gezwier en getier verandert de pretmaker in een bezadigden vogel, die den ernst van het leven leert begrijpen.

Dan gaat hij zijn kunstig nest bouwen.... neen, dit is een misplaatste grap; want wat de nestconstructie betreft, betoont hij zich een pursang-weivogel, d. w. z.: hij besteedt hoegenaamd geen zorg aan het samenstellen van zijn toekomstige broedplaats. Nauwelijks zichtbaar is het kuiltje, dat hij in den weeken bodem drukt en als hij toevallig een strootje of verdord grassprietje vindt in zijn nabijheid, is het mogelijk, dat hij 't en passant meeneemt en deponeert in zijn onaanzienlijk nest, dat nauwelijks dien te schoon-klinkenden naam mag dragen.

Is de scholekster dus in dezen nonchalant, zoodat hij hier het laat-maar-waaien-systeem huldigt, daar staat tegenover, dat hij onvervaard en met een driestheid, die bezwaarhjk haar weerga vindt, op roovers en hen, die de allures van plunderaars

Sluiten