Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WULP.

Als ik een wulp zie, denk ik onmiddellijk aan den grutto en wanneer ge dén laatsten vogel kent, zou het mij heel gemakkelijk vallen u den heituter. zooals hij plaatselijk wordt genoemd — b.v. in de gemeente Soest — te leeren kennen: ik zou kunnen volstaan met hem een vergrooten grutto te noemen. Inderdaad: de vogels gelijken frappant veel op elkander; beiden tooit het weinig-opzichtige, bruin-gele kleed, beide zijn lang gepoot en lang gesnaveld; zeis de kleur hunner eieren vertoont verrassend veel «punten van overeenkomst; in kleur, in vorm, in schaalteekening, al bestaan er, zooals vanzelf spreekt, individueele verschillen. Maar mogen Numenius arquata en Limosa limosa in vele gevallen bij den eersten oogblik op elkander gelijken, bij nadere beschouwing van hun verschijning en gedragingen zijn hun verschillen nog sprekender.

De grutto kan deftig zijn, kalm en bezadigd, wanneer hij zich voortbeweegt door heel die geurige wijdheid van wuivende grassen, malsche klavers en rosse zuring. Hij kan zich beheerschen en rustig, gelijkmatig door het leven gaan, maar o, hoe kent hij ook de meeslepende bekoring van de bandelooze vreugde, als het zoele zonnegoud golft over de lage gewesten, de luwe winden

Sluiten