Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen een kwartelkoning kraakte tartend-heesch in de verte en een vleermuis spande als een spookfiguurtje zijn vale vleugelzeiltjes, maakte een looping the loop en prachtige achten....

Een nachtvlinder bonsde onhandig tegen een schemer-grijze muur en tolde in zijn fijn-vilten buisje verder door de wereld, die nauwer en nauwer werd.

Soms baste een hond, soms knarste een deur, soms klepperde een hak en in een onzichtbare vaart, ergens in de verte, klonk een schippersharmonica zoo sentimenteel. Een koe loeide klagelijk en zijn geluid spoelde door de stilte: een vreemd-luidruchtige golf in een kalme zee.

De dichtbije hoeven vervaalden en het grijs graniet der boomen stond gehouwen onder de hemelwelving, waar drie è vier sterretjes wel poovertjes de lucht illumineerden.

Er was geen manesikkel, er was peen wolk, er was

aeen windveer : de kreukpIWw offo^U^A k«^U.

zich uit van noord tot zuid, van west tot oost en slechts bij wijlen hoestte een trein en spoog zijn driftig, fel-fonklend vuur, dat boven de trillende rails holde gelijk een flakkerende fakkel.

Een kikvorsch blies zijn wangen bol en blééf enthousiast, al was het water in het gedegenereerde poeltje nog nauwelijks toereikend voor één etmaal...

De avond baarde de donkere nacht, die de aarde spon in zijn duistere cocon. Maar vier uren later brandde een blijde vlam bij de oosterkimmen en als. een stralend koning woelde zich uit de sluiers de dansende, joelende dag. die bloemen droeg, wijl het zomer, zomer, zomer was

Sluiten